Colombia


17/5/2012

Cartagena – Panama City

Op 22/4/2012 kwam ons mama mooi op tijd aan in Cartagena en was het tijd voor drie weken zalig nietsdoen en genieten van échte vakantie!

We verbleven eerst een aantal dagen in deze mooie stad en kuierden rond in de kleine koloniale straatjes. Het is echt de moeite waard om enkele dagen in deze stad te verblijven. Ook al is Cartagena een grootstad, ze voelt helemaal niet zo aan!

Omdat we ook wat wilden genieten van tropische stranden, gingen we naar het kustplaatsje Taganga.
Taganga is een heel klein dorpje en naast op het strand liggen en luieren valt er hier niet veel te beleven. We namen het er dan ook met volle teugen van. We zaten in een gezellige hostal, Casa de Felipe waar we konden genieten van de heerlijke Franse keuken.
Ons mama had ook maracuya sap (passievrucht) ontdekt in het toepasselijk genaamde restaurantje “los baguettes de Maria” en er kon geen dag voorbij gaan zonder dat we hier een vruchtensapje kwamen drinken.

In Taganga besloten we om een bezoek te brengen aan het  nabijgelegen nationaal park Tayrona. Dit is een park met tropische jungle en schitterende zandstranden. Na een wandeling door de jungle waar we vlinders, krabben, hagedissen, aapjes en agouti’s (een soort knaagdier) zagen, kwamen we uit op een prachtige kustlijn. Aan sommige stranden kon je niet zwemmen omdat de stromingen te sterk waren, maar anderen waren een waar paradijs.
We besloten te overnachten aan het verst gelegen strandje. We wilden eerst slapen in een hangmat maar er waren geen muskietennetten beschikbaar…. Omdat we overdag al bijna levend opgegeten werden door de insecten, besloten we dan maar om een tentje te nemen.  En het waren écht kleine tentjes, vooral het eenpersoonstentje van ons mama was vrij claustrofobisch. Het was vooral grappig om haar erin en eruit te zien klauteren! 🙂

Na twee dagen op het strand van Tayrona, kwamen we terug aan in Taganga. Het strandje aan het dorp zelf is niet zo mooi dus besloten we een wandeling van ca 20 minuten te maken tot een strand een baai verder. Hier konden we snorkelen en opnieuw genieten van een luilekkerdag.

De twaalf dagen vlogen om en voor we het wisten waren we terug in Cartagena waar we nog een laatste dag op het strand doorbrachten.
De volgende dag werd Maria de Ma met de nodige traantjes uitgewuifd op de vlieghaven.

Diezelfde dag nog vertrokken Joris en ik voor een vijfdaagse zeiltocht naar Panama. We hadden een schitterende boot, Cleo’s Angel en een leuke groep van acht personen die met ons mee de zee opgingen. Enkel de kapitein had zo zijn regeltjes en leek niet echt zijn best te doen om het ons zo aangenaam mogelijk te maken op de boot.
We hadden van andere mensen gehoord dat er regelmatig gevist werd en dat ze met een klein bootje de San Blas eilanden konden bezoeken maar dit was op onze boot dus niet mogelijk… Vissen was niet nodig volgens de kapitein omdat er enkel maar kleine visjes zaten en als we de eilandjes wilden bezoeken konden we hierheen zwemmen… We konden dus geen foto’s maken op de eilanden zelf.

We lieten deze kleine zaken echter niet aan ons hart komen en genoten met volle teugen. Het was onze eerste lange boottocht en gelukkig werden we niet zeeziek. (We namen uit voorzorg wel pilletjes in tegen de zeeziekte)
De eerste twee nachten vaarden we echt op volle zee en werd er een wachtdienst uitgehangen. Iedereen moest om de beurt één uurtje de wacht houden om te kijken of er geen andere boten in ons vaarwater kwamen. Ik vond het toch een beetje griezelig zo midden in de nacht op een donkere boot, op een donkere zee met overal rondom bliksemschichten… Ik was de hele tijd bang dat we in een storm terecht zouden komen, maar volgens de kapitein waren de bliksems een doodnormaal fenomeen… de zee bleef gelukkig  heel de tijd rustig. Té rustig zelfs waardoor we jammer genoeg niet konden zeilen en heel de tocht op de motor moesten varen.

De boot meerde drie dagen aan aan de prachtige San Blas eilanden. Elke dag vaarden we naar een ander plekje waar nieuwe snorkelparadijsjes ontdekt konden worden. De eerste dag zagen we al direct een zeeschildpad en een pijlstaartrog.

De tweede dag meerden we aan bij een eilandje waar een scheepswrak lag en waar zich een heel koraalrif rond gebouwd had. Prachtig!
Naast snorkelen en zwemmen viel er op de boot niets te doen buiten zonnen of lezen, dus het werden opnieuw zeer luie dagen!

Na vijf dagen zette de boot ons af aan het eilandje Porvenir. Daar kwam een kleiner bootje ons ophalen om ons naar het vasteland van Panama te brengen en vandaar ging het per jeep naar Panama City. We wilden deze tocht eerst per fiets doen, maar iedereen raadde dit af en we zijn zeer blij dat we dit advies hebben opgevolgd! De weg was echt niet te doen! Bijna loodrecht naar boven en dan terug naar beneden, zelfs de auto had soms last om de hellingen op te geraken. Met de fiets had ik zeker een aantal keer moeten afstappen!

We besloten om met alle mensen van de zeiltocht  in hetzelfde hostal in Panama City te overnachten, zodat we nog een laatste avond samen konden doorbrengen voor onze wegen zich zouden scheiden. Het hostal Mamallena was echt super, en we kunnen dit aan iedereen aanraden. De kamers zijn vrij basis, maar de vriendelijke eigenaars en medewerkers en de leuke sfeer maken dit allemaal ruimschoots goed!

Vanaf Panama City zullen we eindelijk terug beginnen fietsen. Hoe het met onze fietsbenen gesteld is na drie weken van absoluut niksdoen, zullen jullie kunnen lezen in het volgende verslag!

————————————————————————————————————————————————–

22/4/2012

San Gil – Cartagena

Op 4/4/12 kwamen we, zoals jullie konden lezen in het vorige verslag aan in het stadje San Gil. We besloten hier wat rust te nemen na de vermoeiende fietstochten van de afgelopen dagen.

San Gil staat bekend als de hoofdstad van de avontuurlijke sporten van Colombia. We besloten hierom om onze angsten opzij te schuiven en te gaan paragliden boven de immense Chicamocha canyon! De eerste dag hadden we pech… Juist op het moment dat ik  in de lucht zou gaan, ging de wind liggen.  Ik stond helemaal klaar in het gareel maar moest zeker een kwartier wachten voor de instructeur zei dat hij het erop ging wagen… Met een bang hartje en een immense gil sprongen we in de diepte! Maar jammer genoeg was de wind dus weg en daalden we gewoon af tot in de canyon waarna ze ons moesten komen ophalen met een busje.
Joris en de rest van onze groep konden niet meer springen.

De dag erna gingen we voor poging nummer twee! De wind zat goed en we sprongen bijna tegelijkertijd van de berg. En in plaats van de dalen, nam de wind ons deze keer helemaal naar boven en konden we veertig minuten lang genieten van fantastische uitzichten en het gevoel dat we echt aan het vliegen waren!

En het bleef niet bij deze ene uitdaging… Onze smaakpapillen werden op de proef gesteld… De lokale specialiteit in deze omgeving zijn geroosterde mieren. En we moesten deze natuurlijk wel uitproberen! Nadat we ons over het feit hadden gezet dat we een echte mier aan het verorberen waren, smaakten ze eigenlijk wel goed! Enkel de pootjes bleven af en toe tussen de tanden zitten wat vrij lastig was. 🙂

Op 9/4/12 vertrokken we uit San Gil om ons fietsavontuur verder te zetten. We hadden gewacht tot Semana Santa (pasen) gedaan was in de hoop dat het nu rustiger zou zijn op de weg, maar dit was jammer genoeg niet het geval…

Enorm veel vrachtwagens op de baan en geen berm om in te fietsen. Bovendien moesten we opnieuw beginnen met een stevige klim aangezien we terug naar de Chicamocha canyon moesten. En het bleef een baaldag… Na ca tien kilometer had ik een platte band… Nadat we deze gerepareerd hadden en een tweetal kilometer waren doorgereden, bleek dat ook Joris zijn band lek stond! Hierdoor verloren we erg veel tijd en de weg bleef stijgen…

Gelukkig haalden we het tot aan de top van de canyon en werden we beloond met fantastische uitzichten! Vanop de fiets konden we de pracht van de canyon nog meer voelen dan tijdens het paragliden. Vooral toen we na al dat klimmen bijna 30km aan een stuk konden afdalen, recht de canyon in! Het enige jammere was dat het verkeer hels was.. heel veel vrachtwagens, nog steeds geen berm en de chauffeurs in Colombia rijden echt gevaarlijk. Ze halen elkaar in in de bochten en moeten dan dikwijls in de remmen gaan staan als er een tegenligger aankomt. Sinds lange tijd ging ons helmpje nog eens op onze bol!

En zoals je natuurlijk kon verwachten, moesten we na de lange afdaling opnieuw beginnen klimmen… Gelukkig was er helemaal in het dal een nieuw hotel gebouwd waar we konden overnachten, want het begon intussen al te schemeren.

De volgende dag begonnen we dus met een stevige klim die ca 20km duurde. Maar daarna konden we afdalen tot in Bucaramanga. Dit is een erg grote stad en vlak voor we deze stad bereikten, werd het verkeer zo mogelijk nog drukker. We besloten om niet naar de grootstad te fietsen, maar naar het dorpje Giron, tien kilometer naast Bucaramanga. Zo konden we de dag nadien ook rond de stad fietsen en het meeste verkeer ontwijken.

Giron is een erg mooi, klein koloniaal stadje waar het heel gezellig is om gewoon rond te slenteren.

Men had ons gezegd dat  het na Bucaramanga niet bergachtig meer zou zijn en dat we vooral zouden kunnen afdalen…. Dit was dus niet het geval! Het bleef heel de tijd op en neer gaan met een paar serieuze hellingen. En het weer zat ons ook niet mee…We kregen een stortbui over ons heen en waren te laat om onze regenkledij aan te trekken… Doorweekt kwamen we op de volgende bestemming aan…

En de weg bleef op en neer gaan tot we een aantal km voor het dorpje San Alberto kwamen. De bergen verdwenen achter ons en de omgeving werd zo plat als een schoteltje. Eindelijk!! Hier hadden we naar uitgekeken en de volgende dagen konden we dan ook een pak meer kilometers afleggen.

Enkel het verkeer bleef een probleem. Het was gewoon niet leuk fietsen meer en we werden af en toe zelfs bijna van de baan geduwd door de grote vrachtwagens.
Een 70 tal km na San Alberto zagen we dat er een splinternieuwe weg lag te blinken naast de drukke baan waarop wij zaten te fietsen. Er was niemand te zien, dus waagden we onze kans en besloten te fietsen op het gloednieuwe asfalt.
Na een aantal km kwamen we werkmannen tegen die het allemaal heel amuzant vonden en met zijn allen rond ons kwamen staan. En we weten niet vanwaar ze bleven komen, maar er kwamen alsmaar meer en meer mannen (en vrouwen) op ons toegelopen tot we helemaal omsingeld waren. 🙂

Na een tiental kilometer moesten we jammer genoeg terug naar de grote baan omdat de nieuwe weg nog niet afgewerkt was.
Omdat de weg zo druk bleef en we geen zin hadden om helemaal tot in Cartagena op zo’n baan te moeten fietsen, besloten we om in het dropje El Burro af te slaan naar het dorpje Mompox.

We kwamen zo op een zandweg terecht, maar er was nauwelijks verkeer. Wat een verademing na die verstikkende drukte!
En na een aantal kilometer was de weg terug geasfalteerd waardoor ons geluk helemaal niet meer opkon.

Het is echt bizar hoe ze in Colombia wegen aanleggen… Als je op een asfaltweg komt, stopt deze na een aantal kilometer en wordt een zandweg en na nog een aantal kilometer krijg je dan plots terug een strook asfalt. Alsof ze enkel maar geld hadden om een aantal stukjes van asfalt te voorzien…

Mompox bleek toch verder dan we gedacht hadden waardoor we besloten te overnachten in het lelijke stadje El Banco.
Het onweerde de hele nacht en de volgende dag moesten we terug starten op een zandweg… Na tien minuten waren wijzelf en onze fietsen volledig bedekt onder de modder.

Volgens ons plan was het nog 86 km tot in Mompox en volgens google zou het nog 95 km zijn. Na 75 km zagen we echter een bordje: Mompox 1 km. We dachten dat dit een vergissing moest zijn maar dit bleek dus niet het geval te zijn. Wat een meevaller!

We besloten een aantal dagen rust te nemen in Mompox omdat dit een gezellig dorpje was en omdat we anders veel te snel in Cartagena zouden aankomen. In het stadje was het echter zo warm dat we ons gewoon drie dagen in de hangmat legden en enkel ‘s avonds buitenkwamen 🙂
De enige activiteit die we hebben gedaan is een boottocht waarop we erg veel leguanen,vogels en een aantal brulapen zagen.

Toen we vertrokken uit Mompox moesten we nog een veertigtal km fietsen tot aan de ferry die ons over de rivier Magdalena moest zetten. De weg was erg slecht en we werden helemaal door elkaar geschud op de losse stenen, maar we haalden tijdig de ferry. En deze was gratis voor fietsers!

Na de ferry was de weg terug geasfalteerd en konden we terug vaart maken. De streek werd echter ook terug heuvelachtig….
En dit zou zo blijven tot in Cartagena.
We hadden ook weer pech met het weer, het was enorm heet, maar we kregen een aantal keer per dag een enorme regenbui over ons heen waardoor alles opnieuw doorweekt werd. Het enige voordeel was dat het slijk zo wel van onze fietsen gespoeld werd! 🙂

Na drie dagen kwamen we aan in de grootstad Cartagena. De weg erheen was niet leuk om te fietsen omdat het verkeer opnieuw drukker werd en er (zoals in bijna heel Colombia) geen zijberm was.
In de stad zelf was het ook enorm druk, maar hier waren de auto’s heel vriendelijk en gingen ze, raar maar waar, allemaal mooi opzij!
Cartagena is een mooie stad en we zullen hier een aantal dagen blijven. Dit was onze laatste fietsetappe in Zuid-Amerika. Vanaf hier nemen we de boot richting Panama vanwaar we een deel in centraal Amerika zullen fietsen.

Vanavond krijgen we hoog bezoek! Mijn moeder komt en zij neemt nieuwe Brooks zadels voor ons mee omdat ik nog steeds erg veel last heb van zadelpijnen. Ze blijft tien dagen bij ons en we zullen samen met haar nog een deel van de Colombiaanse kuststreek verkennen, vooraleer we beginnen aan ons nieuw avontuur in Panama.
We kijken enorm uit naar haar komst en zullen nu een tiental dagen genieten van échte vakantie 😉

——————————————————————————————————————————————–

5/4/2012

Mocoa – San Gil

Op 21/3/12 namen we afscheid van onze Engelse vrienden Jenny & Archie in Mocoa en zetten we onze fietstocht verder richting het dorpje San Agustin.

Jenny  & Archie zouden ook deze weg uitgaan maar we verwachtten hen niet meer te zien aangezien wij er met onze fiets veel langer over zouden doen…
Bovendien vertrokken we omwille van het afscheid en het feit dat we nog wat inkopen moesten doen, vrij laat uit  Mocoa.

Na Mocoa ging de weg ook nog eens heel sterk naar boven…. We bleven maar klimmen en klimmen en 10km voor het dorp dat we wilden bereiken, werd het plots heel snel donker. Er was echt veel verkeer op de weg en er was geen pechstrook, waardoor het echt niet veilig meer was om hier verder op te fietsen. Uiteindelijk zagen we een schooltje en we mochten in het klaslokaaltje ons matje leggen. Gelukkig!

We sliepen echter zeer slecht en zaten de volgende dag al heel vroeg op de fiets. En het weer zat ons ook weer niet mee, regen, regen en nog eens regen…
Bovendien bleven we de eerste 45 km klimmen maar nadien volgde een heerlijke afdaling van 20 km! Nadien ging het heuvelend verder naar San Agustin en konden we snel vooruitgang boeken.
We besloten dat we San Agustin deze dag zeker konden bereiken en zetten onze tocht voort. Toen we aan het bordje van 5 km kwamen, bleek het dorp echter achter een steile berg te liggen… Na 100 km op de fiets was dit zwaar voor de beentjes… Maar we haalden het!! Tot grote verrassing van Archie & Jenny, onze Engelse vrienden van Mocoa, die nog steeds in San Agustin zaten.

In het dorp is een casa de ciclistas, maar we konden er niet logeren omdat de eigenaars op vakantie waren. We besloten dan maar om in dezelfde hostal te logeren als onze vrienden: La casa de François. Supergezellige hostal met heerlijk eten en een warme douche, wat in Colombia niet zo vanzelfsprekend is!

We bleven drie dagen in San Agustin en bezochten het Archeologisch park even buiten het dorp. Het werden drie leuke luilekkerdagen.

Na San Agustin reden we verder en besloten te stoppen in het dorpje Timana. Dit was een heel gezellig dorp en de inwoners waren duidelijk geen toeristen gewend. We werden aangestaard als twee aapjes in de zoo (vooral ik met mijn blonde haar), mensen vroegen waarom we in hemelsnaam in het dorpje waren en we werden zelfs geïnterviewd door twee lokale schoolmeisjes.

De volgende dag reden we verder naar het dorp Giganta. De weg bleef op en neer gaan, maar het verkeer viel goed mee en het fietsen ging ons goed af. In het dorpje waren enkele hotels maar deze bleken allemaal vrij duur te zijn waardoor we besloten om opnieuw naar de brandweerkazerne te gaan. Zij konden ons echter geen onderdak geven maar verwezen ons door naar de mannen van de civiele bescherming. Hier kregen we een bed en we kwamen geen seconde te laat aan… Enkele tellen na onze aankomst barstte er een hevig onweer los waardoor er zelfs een boom vlak naast ons gebouw ontworteld werd!

Een dag later merkten we dat het dorp Giganta aan het ergste van de storm ontsnapt was. Op de weg verder naar het noorden zagen we de echte schade: veel aardverschuivingen, ontwortelde bomen en bomen die op huisjes gevallen waren. Gelukkig waren wij op tijd gestopt en hadden we onderdak gevonden!

Na Giganta fietsten we naar Rivera. We hadden van een andere fietser gehoord dat hier thermen waren en dat het wel een gezellig dorp was. We waren echter zo moe toen we aankwamen dat we niet naar de thermen gegaan zijn en het dorp zelf was niet echt de moeite waard…

Nadien moesten we langs de drukke stad Neiva. We waren blij dat we deze stad konden overslaan want het was heel druk en de stad leek ons niet echt mooi. Het verkeer naar Neiva was ook bijzonder druk en dit stuk was echt niet leuk fietsen.
We wilden naar de Desierto de Tatacoa gaan, maar zaten op een verkeerde weg waardoor we hier dus niet geraakt zijn… 🙂

De weg die we fietsten was ook heel mooi en we zagen de woestijnomgeving heel de tijd rechts van ons. We konden bovendien enkele dagen door een vlak dal rijden, wat een leuke afwisseling was na al het stijgen en dalen van de laatste weken!

Na het dorp Natagaima werd het verkeer opnieuw veel drukker. En hoe dichter we tegen Bogota aankwamen, hoe erger het verkeer werd…. De weg begon bovendien ook terug te stijgen en te stijgen… De woestijn lag ongeveer op een hoogte van 700 meter en Bogota ligt op een hoogte van ca 2500 meter. Een stevige klim dus!!

Het klimmen ging redelijk goed, maar het verkeer was hels! Heel veel grote vrachtwagens en bussen en geen zijberm, pffff… Het laatste deel werd ons toch net te gevaarlijk en we besloten om de laatste kilometers met een bus de stad in te rijden. We waren enorm blij dat we in Bogota aankwamen!
In Bogota is ook een casa de ciclistas, maar omdat we het adres hier niet van hadden, stuurden we twee dagen voor onze aankomst een e-mail naar de eigenaars. We kregen echter nooit antwoord en verbleven in Bogota in hostal Sue.

En een dag nadat wij aangekomen waren, kwamen ook Archie & Jenny aan in Bogota! Het werd een leuk weerzien en we brachten enkele gezellige dagen samen door.

Op 1/4 was het de ronde van Vlaanderen en we bekeken de wedstrijd live in Bogota voor we onze eigen fietstocht verder zetten. Tweehonderd meter voor de meet viel het beeld echter weg waardoor we de eindsprint van Boonen dus gemist hebben!!

We besloten op zondag uit de grootstad te vertrekken omdat men dan een heel groot deel van de stad verkeersvrij maakt voor fietsers. De zogenaamde ciclovia. Wat een plezier om zo uit een grote stad te kunnen wegrijden! Honderden fietsers en wandelaars op de straten en geen enkele auto in zicht! We konden 25 km fietsen voor we terug in het drukke verkeer kwamen, een zeer fijne ervaring! En dit doen ze in Bogota elke zondag! Daar kunnen wij in België nog iets van leren…

De weg vlak na de hoofdstad was heel druk en vrij gevaarlijk, na een tijd kwam er gelukkig een zijberm waardoor het iets veiliger was, hoewel de weg nog steeds heel druk was.
We besloten om naar het dorp Suesca te rijden in de hoop dat we zo op een iets rustigere baan konden fietsen.

De weg na Suesca was inderdaad veel rustiger, maar ook onverhard en steil omhoog… Afgezien! Ik moest af en toe men fiets zelfs duwen… Na een dertigtal kilometer kregen we gelukkig terug asfalt waardoor het klimmen beter ging.

We hadden een kaart met hoogteprofielen en hieruit bleek dat het na Bogota enkel maar zou dalen tot aan het dorp San Gil… Wel San Gil ligt weliswaar 1000 meter lager dan Bogota, maar wat ons plan vergat te vermelden was dat er nog wel enkele “bergskes” tussen lagen… Het werden dus drie dagen met veel klimmen en dalen!

De tweede dag na Bogota verbleven we in het kleine maar heel gezellige dorpje Susa. Er was één hotelletje in het dorp maar dit bleek gesloten te zijn. We informeerden bij het gemeentehuis voor een eventuele slaapplaats en werden uitgenodigd in het huis van een lokale familie.

Het werd een hele gezellige avond en  we kregen een privé-rondleiding door het dorpje. De volgende ochtend vroeg één van de zussen ons vlak voor vertrek echter geld voor onze overnachting. We waren verbaasd maar konden niet weigeren en betaalden zo uiteindelijk nog meer dan we normaal voor een hotel zouden betalen. Dit gaf onze fijne ervaring en leuke ontmoeting met de lokale bevolking toch een wrange nasmaak.

Na nog eens twee dagen op de fiets kwamen we aan in het dorp San Gil. We besloten hier wat te blijven omdat het een mooi dorp is. Het is echter Semana Santa in Colombia, een erg belangrijke week waardoor alle hotels hier volgeboekt zijn en de wegen enorm druk waren. Vorige nacht hadden we nog een bed in de hostal, maar deze nacht moeten we ons matje in de gang leggen…

De volgende etappe zullen we eerst nog moeten stijgen, maar dan kunnen we (hopelijk) afdalen tot aan de kust. We kijken er naar uit!

 

————————————————————————————————————————————————-

20/3/2012

Quito (Ecuador) – Mocoa (Colombia)

We zitten nu ongeveer een weekje in Colombia en het is hier prachtig!

Hieronder vinden jullie ons verslag van de afgelopen fietsdagen.

Wegrijden uit Quito ging vrij vlot aangezien men in de binnenstad overal fietspaden aangelegd heeft. Het moeilijke deel begon van zodra we de grote stad uit waren…
De weg was niet zo duidelijk aangegeven en het duurde een tijdje voor we terug op het juiste spoor zaten. En de drukte was niet te onderschatten…

Het goede nieuws was dat we een twintigtal kilometer konden dalen. Het slechte nieuws was dat de afdaling op een superdrukke weg was en we er helemaal niet van konden genieten. De uitzichten waren fantastisch, maar omwille van al het verkeer moesten we onze ogen op de baan houden en konden we ons niet laten afleiden!

En Ecuador zou Ecuador niet zijn als het na deze afdaling natuurlijk niet begon te stijgen… en bleef stijgen…
Na meer dan twintig kilometer omhoog vroegen we ons af hoe lang het nog zou duren toen er ineens een fietser achter ons aangereden kwam. Dit was Axel, een Duitser die dezelfde richting uitging als ons.

Axel was gestart in Colombia en was tot een dorp vlak voor Quito gefietst. Hij voelde zich echter niet thuis in Ecuador en wou hierom zo snel mogelijk terug naar zijn geliefde land Colombia. We besloten om een aantal dagen samen te fietsen.

De eerste nacht overnachtten we in de stad Cayambe. Een drietal kilometer voor deze stad waren er thermen en we hadden gehoopt hier een ontspannend bad te kunnen nemen en dan te blijven slapen. Het was immers een lange en zeer slopende dag geweest.
De thermen sloten echter om vijf uur en gezien wij pas om half vijf toekwamen, mochten we jammer genoeg niet meer binnen. We hadden hier zo naar uitgekeken op deze dag maar het mocht niet zijn…

De volgende dag konden we tot onze vreugde bijna voornamelijk dalen. Ons plan was om tot in de grote stad Ibarra te fietsen, maar toen we na een dertigtal kilometer aankwamen in Otavalo en zagen dat bijna alle straten omgetoverd waren tot een gigantische, gezellige markt besloten we hier te blijven.
Zo konden we de dag erna voorbij de lelijke, grote stad Ibarra fietsen tot in het kleine dorpje Bolivar.
We wisten dat het een lange tocht van meer dan negentig kilometer zou zijn maar begonnen vol goede moed. En we mochten bijna heel de dag dalen tot in een mooi dal!! Maar wie tot in het dal daalt moet er natuurlijk ook weer uitklimmen dus de dag eindigde met weer een klim van 25 km… We waren echt heel blij dat we in het dorpje Bolivar aankwamen want vooral de laatste vier kilometers waren echt zwaar.

In Bolivar was nergens een hotel te vinden maar de mensen zeiden ons dat een man kamers verhuurde in zijn woning. Dit bleken echt smerige kamertjes te zijn met vuile lakens, geen douche en een vuile wc… Hier wilden we echt niet voor betalen en we besloten om opnieuw naar de brandweerkazerne te gaan waar ze ons met veel plezier een gratis slaapplaats aanboden.

De volgende ochtend werd Axel een beetje ziek wakker. En ook wij voelden ons slap van de inspanning van de vorige dagen. We geraakten echt met zijn drietjes geen meter vooruit en besloten in het dorpje San Gabriel om een lift te nemen tot de grote stad Tulcàn. Deze stad was maar een dertigtal kilometer verder maar we wisten dat we nog een beklimming moesten doen en zagen het echt niet meer zitten. Liften in Ecuador is duidelijk niet zo makkelijk als in de andere landen in Zuid-Amerika waar we dit geprobeerd hebben en het duurde meer dan een uur voor iemand met een pick-up truck bereid was om ons mee te nemen. We waren echt dolgelukkig! 🙂

In Tulcàn zelf waren we zo moe dat we gewoon in het eerste hotel bleven en geen zin hadden om het centrum nog te verkennen. Toen we er de volgende dag doorreden, bleek dat we niets gemist hadden. Tulcàn is echt een ongezellige stad.
Van daar was het nog een zestal kilometers tot aan de grens. En de douaniers van Ecuador maakten het ons niet makkelijk!!
Blijkbaar stonden we niet in het computersysteem omdat men ons bij het binnengaan van Ecuador enkel manueel hadden ingezet. En dit zorgde blijkbaar voor een probleem… Men wou ons geen stempel geven totdat de chef er was en hij zijn officiële goedkeuring gaf…Maar we moesten niet ongerust zijn, want het zou slechts vijf minuutjes duren…. Toen we na twee uur wachten nog steeds geen stempel hadden en we een Argentijns meisje hadden leren kennen die met hetzelfde probleem al sinds de vorige dag op de chef zat te wachten werden we echt ongerust. En dit alles op Joris zijn verjaardag! Ze zouden ons op deze dag toch geen hele dag laten wachten zeker?
Na nog een half uur kwam de chef er eindelijk aan en na nog een half uurtje waarin de douanier na tien keer proberen eindelijk een goede kopie van ons paspoort had gemaakt, kregen we eindelijk onze stempel!
Met een bang hartje gingen we naar de grenscontrole van Colombia…. Maar hier kregen we gelukkig na twee minuten met de glimlach een stempel in ons paspoort en konden we onze tocht verderzetten!

En het werd een prachtige dag! Speciaal voor Joris zijn verjaardag vermoeden we… We konden bijna veertig kilometer dalen in een zeer mooi dal met de mooiste uitzichten en het zonnetje scheen de hele dag op onze bol! Axel wist dat we na deze veertig kilometer zouden moeten stijgen dus we overnachtten in een klein dorpje voor we aan de beklimming moesten beginnen. Die bewaarden we voor de volgende dag, vandaag hadden we immers een beetje rust en een lekker pintje verdiend! 🙂

Onze laatste etappe samen met Axel was dus een zware! We moesten klimmen tot we in de stad Pasto aankwamen maar de klim ging vrij vlot. Ik hing naar goede gewoonte zoals steeds weer achterop maar had toch goede benen. Ik moet me erbij neerleggen dat ik nooit zo snel zal zijn als Joris maar ook ik kom uiteindelijk altijd wel op de top! 🙂

Axel gaf ons het advies om van Pasto naar Mocoa te fietsen omdat dit een zeer mooie weg zou zijn. Hij gaf aan dat er een stuk ongeasfalteerd was en dat deze weg er vrij slecht bijlag, maar we zouden voornamelijk moeten dalen dus het zou voor ons wel meevallen.
Hij zelf besloot verder op de Panamericana te blijven fietsen gezien hij deze keer een ander deel van Colombia wou zien.

We reden tot het dorpje Santiago en de weg viel ons toch zwaarder dan we gedacht hadden. We moesten opnieuw erg veel klimmen en hadden geen geluk met het weer. De regenkledij moest steeds opnieuw worden aangedaan…
Maar dit alles was niets vergeleken met wat ons de volgende dag te wachten stond… De eigenaar van het hotelletje in Santiago had ons al gewaarschuwd voor deze weg en meldde ons dat men de weg “El Trampolin de la Muerte” noemt…. We begonnen dus met een zeer klein hartje. En weer zat het weer ons niet mee, heel de dag stromende regen.
Vlak voor we aan het ongeasfalteerde stuk kwamen, zagen we een spandoek hangen met de mededeling dat de weg afgesloten was omwille van aardverschuivingen. We deden navraag bij de politie en zij verzekerden ons dat de weg terug vrijgemaakt was. De politie deelde ook mee dat de weg vijf kilometer zou stijgen en dan zou dalen tot Mocoa.

Het eerste deel ging vrij vlot. De weg lag er zeer goed bij en de hellingsgraad was niet zo zwaar. We moesten enkel een aantal keer een rivier oversteken die de weg weggespoeld had…. Toen het na vijf kilometer echter bleef stijgen begonnen we ons echt een beetje zorgen te maken. Een man aan de kant van de weg gaf aan dat de weg nog drie kilometer verder steeg en dan afdaalde tot in Mocoa. En na drie kilometer daalde het effectief, maar na een twee of drietal kilometer begon het terug te stijgen. En het bleef stijgen… Ook de staat van de weg verslechterde enorm, grote stenen en rotsblokken lagen over de weg en waren bijna onmogelijk om te ontwijken. We bleven stijgen tot we bij een mirador kwamen en konden dan eindelijk aan de afdaling beginnen. Omwille van de slechte staat van de weg gingen we bij het afdalen echter bijna zo traag als het klimmen en onze remmen én fietsen hadden het zwaar te verduren.
We merkten nu ook waarom de weg deze naam gekregen had….De weg was enorm smal, er waren verschillende aardverschuivingen geweest en weer kruisten een aantal rivieren de weg. Bovendien lag er vlak naast de weg een enorme afgrond… Dus twee auto’s konden elkaar onmogelijk kruisen. Als dit gebeurde moest één van de twee achteruit de steile helling op tot hij een punt vond waar het iets beter was zodat de andere wagen kon passeren. Op deze momenten waren we blij dat we op de fiets zaten.

Toen we aankwamen in Mocoa was het echter al donker en zaten we er volledig onderdoor. De eigenaar van ons hotelletje had zo’n medelijden met ons dat hij voor ons een pizza ging halen 🙂

De dag erna reden we een drietal kilometer uit het stadje naar hostal del Rio. Deze gezellige hostal wordt gerund door een Belg en we besloten om hier enkele dagen van verdiende rust te genieten! Toen we aankwamen in de hostal merkten we dat ik de eerste platte band van onze reis had! Waarschijnlijk door op die immens slechte weg te fietsen… Maar gelukkig kon hij geplakt worden en worden de wegen vanaf nu iets beter…

We leerden een Engels koppel, Jenny en Archie kennen en gingen met hen een aantal watervallen bezoeken. De spectaculairste was de waterval met de naam “el fin del mundo”. Het was een uitdagende en zware tocht om er te geraken, maar het was de moeite waard. El Fin del Mundo bleek een gigantische waterval te zijn die zich een hondertal meter naar beneden stort recht naar het amazonebassin. We konden de stad Mocoa in de verte zien liggen en zagen voor de rest enkel jungle. Fantastisch! Zelfs de foto’s kunnen de pracht van dit alles niet weergeven!

Vanaf hier rijden we verder naar het noorden. Hopelijk blijft Colombia ons zo bekoren….

 

We kregen al 4 berichtjes!

  1. maria de ma

    Hallo
    Ik heb een leuke tijd gehad in cartagena heb er van genoten , en goed terug thuis geraakt .Hoop dat jullie boottocht rustig meevalt en niet te zeeziek bent geweest en natuurlijk mooi weer .
    Knuffels maria de ma xxxx

  2. Anita

    Het was zeker leuk om je ma te zien hé Kelly.
    Hoop dat je er allemaal van genoten hebt.
    Nog veel reis genot.
    xxx

  3. lydia

    dag Joris en Kelly!!

    Joris, je weet toch nog wel wie ik ben hé (secretaresse in de Borrewaterstraat) want we hebben elkaar al een tijdje voor jullie vertrek niet meer gezien!! Af en toe lees ik toch eeen beetje van jullie blog en bekijk ik de foto’s want het is toch indrukwekkend wat jullie meemaken en het blijft allemaal fascinerend voor de thuisblijvers (zeker als je nog nooit zelf in die landen bent geweest). Eén van mijn dochters is in januari voor 3 weken naar Brazillië geweest dus kan ik me een beetje inbeelden wat jou mama en die van Kelly al heeft moeten doorstaan maar gelukkig laten jullie regelmatig (leuk en positief) nieuws achter ! Weet je wat mijn man Dirk gaat ondernemen? Die vertrekt in juni naar India en gaat daar een georganiseerde reis ondernemen om met een motorfiets (Royal Enfield 500cc) het Himalaya te gaan verkennen. Hoe dichterbij het komt, hoe spannender allemaal natuurlijk (ook voor de thuisblijvers). Genieten jullie nog maar erg van al die mooie tochten en avonturen daar, dat doen wij ook als we meelezen ;-))) Heel veel groetjes van ons uit Merksem

  4. maria de ma

    Leuk om te lezen maar jullie hebben toch weer gevaarlijke dingen moeten doen hé ,gelukkig is het acher de rug en lees ik het eerst als alles voorbij is pfff
    Verder geniet ervan xxxx
    De Ma

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*