San Francisco – Las Vegas – San Francisco

Op 24/06/2012 kwam mijn pa aan in San Francisco.

Het was de eerste keer in twintig jaar dat hij nog eens op vakantie geweest was, dus hij keek enorm naar de tocht uit en gedroeg zich een beetje zoals een kind in Disneyland 🙂

Op de dag dat hij aankwam was het weekend van de Gay Pride net begonnen. De eerste dag waren we jammer genoeg te laat voor de festiviteiten, maar op zondag gingen we naar de parade kijken en bezochten we het bijhorende festivalletje.

De parade viel om eerlijk te zijn een beetje tegen. Het was vooral een optocht van protestgroepen terwijl wij meer praalwagens en muziek en dans verwacht hadden. Er was ook teveel volk langs de kant van de weg om veel van de parade te kunnen zien.
In de straten rond het civic center van San Francisco waren er verschillende podia met optredens en hier hebben we ons reuze geamuseerd. Vooral het mensen kijken was dikke pret… Zoveel mensen in de meest minuscule outfits, ongelooflijk… En hoe groter de omvang van de mensen, hoe meer vel ze lieten zien… Het was soms echt geen mooi zicht!
Voor ons pa was het een leuke eerste kennismaking met de Amerikaanse cultuur. 🙂

De volgende dag haalden we onze huurauto op en begonnen we aan onze rondtrip van twee weken. Omdat we de kustlijn vanaf Monterey zo mooi vonden en we het stuk tussen Monterey en San Francisco niet hadden kunnen fietsen, besloten we om hier terug langs te rijden. Onze eerste stop was Santa Cruz. Dit stadje staat bekend als hippiestad van de westkust. Veel hippies hebben we niet gezien of ze moeten de zeeleeuwen bedoelen die naast de pier liggen… 🙂
De pier van Santa Cruz is één groot pretpark, compleet met houten rollercoaster. Bijna alle kuststadjes die we tot nog toe tegenkwamen hadden een pretpark aan de pier, maar dat van Santa Cruz is met voorsprong het grootste.

Die avond sliepen we op de camping aan Monterey. Het was voor ons pa ook al héél lang geleden dat hij nog in een tentje had gelegen en hij had dan ook een pintje nodig voor hij kon gaan slapen. Aangezien we het Amerikaans bier echt niet te drinken vinden, kozen we voor Stella… Er gaat toch niks boven een goed Belgisch pintje!

In Monterey bezochten we het grote en zeer mooie Monterey Bay Aquarium. Joris werd wel een beetje gek van ons pa en mij want hoeveel foto’s van kwallen kan een mens nu nemen? 🙂
Om het goed te maken, gingen we nadien eten bij Bubba Gump Shrimp Factory. Toegegeven, het was een beetje boven ons budget, maar het was het waard!
Monterey is een mooi en leuk dorpje en we wandelden de rest van de dag nog een beetje rond.

De dag nadien begon onze trip naar Big Sur. We deden eerst de 17-mile drive die door iedereen hoog aanbevolen werd… Wel, hij sloeg serieus tegen! We moesten om te beginnen al 10 dollar betalen om op die weg te mogen rijden en vonden het om eerlijk te zijn echt niet zo spectaculair. De kustlijn ten zuiden van Monterey is tien keer knapper en er moet tenminste geen tol voor betaald worden. De 17-mile drive was dus een teleurstelling en we raden hem aan niemand aan.

Ik en Joris hadden Big Sur al met de fiets gedaan, maar kregen toch een totaal ander gevoel vanuit de auto. We reden natuurlijk in de tegenovergestelde richting en met de auto doe je er een aantal uur over, terwijl we het al fietsend in twee dagen deden. Op de fiets kregen we dus meer het echt overweldigende gevoel, maar ook vanuit de auto was het nog steeds spectaculair en het maakte op ons alledrie een grote indruk.
Mijn vader bracht bovendien geluk, want toen ik en Joris hier fietsten hing er dikwijls een dikke mist, maar heel de tijd dat ons pa hier was, was er geen streepje mist te ontdekken en scheen de zon uit volle kracht.

We waren ook opnieuw onder de indruk van de zeeolifanten die iets voorbij Big Sur te vinden zijn. Wat een lelijke, stinkende beesten! 🙂

Op onze tweede dag in de auto deden we zeer veel kilometers en reden we door tot Sequoia National Park. Dit park grenst aan Kings Canyon Naional Park en de natuur hier was prachtig. We kampeerden opnieuw en hadden een nieuw bier ontdekt: Fosters, Australisch en best goed te drinken. 🙂

Sequoia National Park is het thuis van de enorm grote Sequoia bomen. Bomen zo groot dat je er in kunt gaan staan of een stuk of twintig man nodig hebt om de boom te kunnen omringen. Spectaculair!
Het aangrenzende Kings Canyon was ook zeer mooi en onze mond viel geregeld open van de natuurpracht.

Op de terugweg naar onze camping zagen we een aantal beren. Mooi, maar naar mijn gevoel liepen die toch iets te dicht bij onze kampeerplek waardoor ik niet zo rustig geslapen heb…

Na al deze natuurpracht was het tijd voor de decadentie van Las Vegas!
Voor we hier echter toekwamen, passeerden we nog langs Death Valley.  Zinderende hitte op een plaats die beneden zeeniveau ligt. De verschillende kleuren van de woestijn  waren echt prachtig. We wilden eerst kamperen in de woestijn, maar toen we uit onze frisse auto stapten en merkten dat het buiten 50 graden was, lieten we deze plannen maar snel varen!
Ik had nog nooit zo’n hitte gevoeld! Zelfs de wind deed pijn omdat hij zo warm was! De campings waren bovendien gesloten omdat niemand het in zijn hoofd haalt om hier zijn tentje op te zetten waardoor we onze intrek namen in een klein motelletje.
Eindelijk nog eens een douche na vier dagen in de tent! Ik dacht dat dit enkel gebeurde als je met de fiets reist, maar niet dus… Amerikaanse campings hebben in het algemeen geen douche, wat onvoorstelbaar zou zijn in Europa. Toch zeker als je bedenkt dat je 20 dollar inkom moet betalen in de nationale parken (per wagen) en nog eens gemiddeld 15 dollar voor een kampeerplek.

En toen was het dus tijd voor Las Vegas. Na uren in de woestijn te rijden en, naast militaire testgebieden niets te zien, rijst de mastodont Las Vegas ineens op. Zoveel kitsch hebben we nog nooit bij elkaar gezien, maar het moet gezegd: Las Vegas laat een indruk achter! Elk hotel beschikt over een groot casino, is megahard verlicht en er zijn overal waterspektakels… En dat in het midden van de woestijn waar geen druppel water te vinden is…
Natuurlijk moest er ook een gokje gewaagd worden (en meer dan één) maar jammer genoeg hadden we geen succes. We hadden nochtans extra sponsoring kunnen gebruiken 🙂
Omdat het overdag echt te heet is om in de stad buiten te komen, zit bijna iedereen tijdens de dag in de casino’s. ‘s Avonds komt iedereen de straat op om naar de lichtshows te zien en om zichzelf ook te laten bewonderen. Vegas is een stad om te zien en gezien te worden… Zoveel korte rokjes, naaldhakken en freaks bij elkaar, het is echt onvoorstelbaar 🙂

Na twee dagen Las Vegas hadden we het gehad en moesten we onze tocht verder zetten voor we een overdosis Vegasgekte kregen.
We reden naar Yosemite National Park en stonden weer versteld van de uitersten in dit land. Na Las Vegas was het opnieuw al woestijn wat de klok sloeg, tot er na een aantal heuvels opeens groene bergen oprezen omringd door grote meren.
Yosemite was weeral prachtig en moeilijk in woorden te omschrijven. We namen opnieuw onze intrek in onze tentjes en spendeerden twee dagen in het park.
Een kleine teleurstelling was wel het enorm aantal toeristen in het park die allemaal geconcentreerd zaten in Yosemite Valley. Het was alsof we in een pretpark of een groot soort centerparcs beland waren…. De pracht van de natuur ging hierdoor een beetje verloren. Op de uitkijkpunten moest je ook steeds wachten tot je eindelijk een foto kon nemen zonder dat er andere mensen het zicht blokkeerden. Jammer, ik vermoed dat dit in de rustigere maanden wel minder zal zijn, hoewel het nog steeds niet volledig hoogseizoen was gezien er op veel campings nog steeds plekken vrij waren. Ik vraag me af hoe erg het hier binnen een aantal dagen of weken zal zijn…
Beren hebben we in Yosemite niet gezien, maar opeens stond er wel een coyote in het midden van de weg! Toen ik men raam opendeed om een foto te nemen, kwam het beest zelfs naar ons toegelopen! Volgens ons dacht hij dat hij eten ging krijgen. Ik heb maar heel snel een foto genomen, het raam dichtgedaan en gezegd tegen ons pa dat we moesten verder rijden. 🙂

Toen we uit Yosemite vertrokken was het vier juli: Independence day. Ons pa had al een aantal keer gezegd dat hij wou zien hoe de Amerikanen dit vieren. We hadden gelezen dat er in Lake Tahoe een groot vuurwerkspektakel was en besloten om daarheen te rijden.
Onderweg reden we langs een klein dorpje  waar mensen met stoeltjes klaar zaten om een optocht te bekijken. We twijfelden even of we zouden blijven om te kijken, maar beslisten dan om verder te rijden. We kwamen immers voorbij Carson City en aangezien dit een grote stad was, dachten we dat daar ook zeker een optocht zou zijn.
Toen we in Carson City aankwamen, bleek de stad echter zo goed als verlaten te zijn… Hierdoor reden we dan maar verder naar Lake Tahoe en daar was het over de koppen lopen… Iedereen in California had blijkbaar besloten om naar hier te komen! De campings zaten allemaal bomvol en voor de motels vroeg men hopeloos veel geld.
Teleurgesteld en in de hoop dat we in San Francisco misschien meer kans hadden om vuurwerk te zien, besloten we om dezelfde dag nog door te rijden. In San Francisco hadden we immers zeker een slaapplek bij Cindi via warmshowers. Ik en Joris hadden voordien ook al bij haar gelogeerd, en nu mocht ons pa hier ook komen slapen. Cindi zelf was nog met vakantie maar ze had ons de sleutel van het huis gegeven zodat we zeker binnen konden.

We reden over de Golden Gate Bridge de stad binnen en konden onze auto vlak voor de deur parkeren, wat een luxe!
We besloten om naar het Golden Gate park te wandelen in de hoop dat we daar het vuurwerk zouden zien. We hoorden opeens langs alle kanten knallen, maar zagen nergens een glimp van het vuurwerk.
We vroegen aan een voorbijganger waar het feest juist te doen was en hij deelde mee dat het aan de compleet andere kant van de stad was en dat het voorbij zou zijn tegen de tijd dat we daar zouden arriveren….
Nog meer teleurgesteld dan eerder die dag, gingen we dan maar terug naar huis en verdronken we ons verdriet met een Fosters biertje. En tot onze ergernis hoorden we de knallen van het vuurwerk nog uren doorgaan… We zouden het dus zeker gehaald hebben als we erheen waren gegaan.

Omdat we nu een dagje vroeger in de stad waren aangekomen, hadden we meer tijd om van de stad te genieten. De eerste dag gingen we naar de Fishermans Warf omdat we kaarten voor Alcatraz wilden boeken…
We kochten ticketjes voor de beroemde cable car en ontdekten pas nadat we de kaartjes gekocht hadden dat er een enorme rij stond aan te schuiven! We moesten meer dan een uur wachten om dan op een overvol trammetje te zitten waar we niets konden zien van de uitzichten…
Toen we aan de Warf aankwamen, bleek dat er pas een tour voor Alcatraz beschikbaar zou zijn op 24 juli! Weer een teleurstelling! We wilden zo graag naar Alcatraz en nu konden we de rots enkel zien blinken in de baai vanop een afstand…Het zat ons niet mee de laatste dagen.
De Fishermans Warf was echter heel gezellig en we wandelden hier nog een hele tijd rond. En op de terugweg ontdekten we een Belgisch cafeetje! We dronken Grimbergen, Maredsous, Karmeliet en Brugse zot en aten mosselen met friet! Ik heb zooooo genoten, ook al was de portie mosselen zeer klein en zouden we hier in België over geklaagd hebben. 🙂
Het was al zo lang geleden dat we dit gegeten hadden dat we onze vingers erbij aflikten!

De voorlaatste dag gingen we winkelen tot grote vreugde van Joris die na een half uur al constant zeurde dat hij  ergens wou gaan zitten 🙂
Na acht maanden niet gewinkeld te hebben, liet ik me echter gaan en kocht een nieuw kleedje, een rokje en schoenen! Eindelijk eens een vrouwelijke outfit in plaats van al die onflatterende fietskleren! Ons pa kocht twee jeansbroeken en een hemd en Joris kocht ook een nieuw T-shirt.

En dan was ons pa zijn laatste dag aangebroken… We besloten om naar de mission te gaan. Dit zou een leuke wijk zijn,  maar we vonden er eigenlijk niet veel aan… Het was er vrij vuil en helemaal niet gezellig. We gingen hierom maar snel verder en zetten ons in het zonnetje in een park waar we lekker mensjes konden kijken.
Nadien gingen we naar de wijk de Haigt, een zeer gezellige winkelstraat, kocht ons pa nog enkele cd’s, aten we een laatste hamburger bij Mc Donalds en dronken we een stella in een gezellig cafeetje.

De dag nadien waren de twee weken al om! Het is voorbij gevlogen en een beetje triest brachten we ons pa naar de vlieghaven.
En het was alsof San Francisco ook treurde want na twee weken van zonneschijn, hing er gisteren opeens een dichte mist en ook vandaag is het al heel de dag mistig…
Nog vijf maanden en we zien onze familie en vrienden terug en we beginnen er toch echt naar uit te kijken!

Maar eerst moet er nog gefietst worden! Dit zal opnieuw zwaar worden na twee weken rust, maar morgen beginnen we terug met volle moed!

 

 

Categories: Allerlei | Leave a comment

San Diego – San Francisco

Op 6/6/12 stapten we in San Diego uit het vliegtuig en ging er weer een hele nieuwe wereld voor ons open.

De USA is dan wel een westers land, de cultuur ligt toch mijlenver af van Europa.
San Diego was een leuke stad en dankzij de website warmshowers.com hadden we een zalig bed bij Brad en Ann. Aangezien logeren in de states niets voor onze portemonnee is, zullen we in grote steden vaak van deze website gebruik maken. Het is een soort couchsurfing maar dan speciaal voor fietsers.
De rest van de tijd zullen we voornamelijk gaan kamperen.

De eerste dagen in San Diego waren erg leuk, we bleven hier een drietal dagen om de sfeer van de stad op te snuiven. Daarna stapten we na een lange tijd terug op onze fiets… De eerste kilometers deden pijn maar we kregen de smaak al snel terug te pakken.

We kwamen echter al snel een aantal fietsers tegen die ons waarschuwden om het feit dat we de verkeerde richting uitgingen… De wind zou namelijk vooral van het noorden komen waardoor we deze weer steeds pal in ons gezicht zouden hebben. Sommige fietsers gaven ons zelfs het advies om een trein naar het noorden te nemen en met de fiets terug te keren.
Koppig als we zijn, sloegen we deze raad in de wind en zetten we onze tocht verder. We hebben immers Patagonië overleefd, we zouden de westkust van de USA dan ook wel overleven!!

De eerste dagen ging het ook zeer goed en van de wind was voorlopig nog niets te merken.
In de USA zijn er campings en deze zijn zeer goed voorzien voor fietsers. Er zijn namelijk de goedkopere hiker- bikersites die speciaal vrijgehouden worden voor wandelaars en fietsers. We waren zeer content dat deze plekken bestonden, want bijna alle campings langs de Californische kust waren hopeloos volzet. Het leuke aan de hiker- bikersites is ook dat er altijd wel één of meer andere fietsers staan en je altijd leuke verhalen kunt uitwisselen.

In San Diego kregen we van ons gastgezin Brad en Ann het boek “Bicycling the Pacific Coast” van Vicky Spring en Tom Kirkendall. Dit boek is soms wel een beetje verouderd, maar geeft voor alle dagen een fietstocht aan van camping tot camping met gedetailleerde afstanden en hoogteprofielen. Alle campings die hiker-bikersites aanbieden staan ook in het boek, dus als een dagtocht te lang of te kort is, kan je nagaan waar er een andere camping te vinden is. Het is een heel handig hulpstuk voor wie de westkust van Amerika wil fietsen.
Je moet wel goed navragen hoelang je als fietser op een plaats mag staan want de meeste plekjes zijn slechts voorbehouden voor een maximum van 2 dagen.  Toen wij in Doheny state beach stonden, zagen we in ons boek dat onze volgende stop Los Angeles zou zijn. We hadden echter nog geen adres om te verblijven en besloten hierom een dag langer op de camping te staan zodat we de volgende dag naar een internetcafeetje konden gaan om een verblijf te regelen. We kregen echter te horen dat we maar één nacht op de hiker-bikersite mochten staan… De verantwoordelijke van de camping was hier heel streng op en wou absoluut geen uitzondering voor ons maken. We konden ook geen gewone kampeerplek nemen omdat alle plaatsen vol stonden…
We konden geen kant op gezien de camping na Los Angeles op een te grote afstand lag en we ook niet terug wilden rijden omdat we dan nòg verder zouden moeten fietsen om op één dag in de grootstad te geraken. Gelukkig was er een heel lief Amerikaans gezin dat ons aanbood om ons tentje mee op hun plekje te zetten. Rosa Maria, Arthur, Christopher en hun vrienden en familie gaven ons een fantastische avond compleet met Amerikaanse / Mexicaanse bbq. Om hen te bedanken hadden we Leffe voor hen gekocht die er vrij snel doorging… 🙂
De gastvrijheid van Amerikanen is echt super!

De eerste fietsdagen waren leuk en vrij plat maar waren om eerlijk te zijn nog niet zo mooi. De streek tussen San Diego en Los Angeles is erg stedelijk en het verkeer is dan ook vrij druk. Overal waren wel vrij brede bermen en op veel plekken waren er zelfs goede fietspaden. Dit maakte het fietsen wel aangenaam.
Na drie dagen kwamen we aan in de immens grote stad Los Angeles. Hier konden we opnieuw bij een warmshowergezin overnachten: Donna en Matt. Zij woonden vrij centraal aan de rand van Beverly Hills en Hollywood. Centraal is echter een groot woord in de kolos van Los Angeles… Het was nog vijftien kilometer fietsen van Venice Beach. We hadden die dag meer dan honderd kilometer gefietst, waren doodop en kwamen bij het vallen van de avond bij Donna en Matt aan.  Donna verwende ons met een heerlijke warme maaltijd waarna we als een blok in slaap vielen. De volgende dag besloten we te wandelen naar Hollywood Boulevard aangezien dit volgens onze kaart vlak achter de hoek lag… Zoals ik eerder al vermeld heb ligt in Los Angeles echter niets “vlak achter de hoek” …
Na uren wandelen kwamen we aan de Walk of Fame, we bekeken de sterren, gingen een smerig Amerikaans pintje drinken en wandelden dan van pure vermoeidheid terug naar het gastgezin. We hadden zo ver gewandeld dat onze voeten onder de bleinen zaten… Pijnlijk, pijnlijk!
De volgende dag pakten we het slimmer aan en namen we de fiets om de stad te verkennen. Echte sterren hebben we jammer genoeg wel niet gezien…

Na drie dagen in Los Angeles fietsten we verder naar het noorden. We hadden ook leuk nieuws gekregen, namelijk dat mijn vader ons in San Francisco zou komen bezoeken, dus we waren erop gebrand om zo snel mogelijk door te fietsen.
We reden de stad uit langs Venice Beach in de hoop om een glimp op te vangen van alle bodybuilders en gekke mensen waarvoor deze plaats bekendstaat, maar het was nog vroeg en vrij bewolkt waardoor er jammer genoeg nog niemand op het strand aanwezig was.
De eerste dag kwamen we voorbij de poepchique wijk Malibu waar ook veel sterren wonen, maar eerlijk gezegd vonden we ook hier niets aan. Het was helemaal niet mooi en door het drukke verkeer was het absoluut niet leuk fietsen.

Die avond kwamen we op een camping waar nog drie andere fietsers stonden. We kochten met zijn allen een aantal flessen wijn die er iets te snel doorgingen… Het werd een leuke avond (te leuk) en ‘s ochtends hadden we beide een houten kop… Vooral Joris, die ziek was, zag enorm af!
We leerden ook waarom al het eten in speciale “wasbeerproof” bakken gestoken moest worden, want één van de fietsers was, waarschijnlijk door de hoeveelheid alcohol, vergeten om haar eieren en advocado’s van de tafel te nemen. De raccoons hadden ‘s nachts een eetfestijn gehad en van het eten bleef niets meer over!

Hoe verder weg we reden van Los Angeles, hoe mooier de natuur werd. Ook het verkeer nam af en het werd terug leuk fietsen. Vooral na Santa Barbara werd het mooi, de kust werd ruiger en overal zagen we zeehonden, zeeleeuwen, zeeotters en zelfs een school dolfijnen!

Op dit stuk kwamen we ook erg veel andere fietsers tegen. De mentaliteit van de fietsers hier was echter helemaal anders dan in Zuid-Amerika: bijna niemand stopte om een praatje te slaan, de meesten wuifden enkel vluchtig en reden dan verder. Later leerden we dat de meeste mensen hier vooral voor een kortere periode fietsen van San Francisco tot LA of San Diego en zo snel mogelijk op hun bestemming willen zijn omdat ze maar een beperkte tijd hebben.

Na San Simeon State beach werd de natuur echt spectaculair. Het werd heuvelachtiger en na elke bocht of berg hadden we de meest spectaculaire uitzichten. We begonnen jammer genoeg ook te begrijpen waarom de meeste fietsers naar het zuiden fietsen… ‘s Ochtends was het meestal windstil maar na de middag stak er een harde wind op en werd het echt vechten en afzien op de fiets… Tegen de avond ging de wind dan meestal terug liggen. We besloten hierom om alle dagen extra vroeg te beginnen zodat we tegen de namiddag op onze bestemming kwamen en zo de meeste wind misten. Dit bleek een goede strategie te zijn en we konden terug genieten.

Op een gegeven moment keek ik naar de kustlijn en zag ik opeens een fontein omhoog spuiten… Ik kon het bijna niet geloven, maar toen het weer gebeurde wist ik het zeker: een walvis!! Ik was door het dolle heen en had bijna geen stem meer nadat ik de longen uit mijn lijf geroepen had naar Joris zodat hij ze ook kon zien. Prachtig!! Jammer genoeg was het beestje te ver weg om een foto van te nemen. Maar de volgende dagen zagen we er nog een stuk of drie! Mijn geluk kon al niet meer op!

We kwamen aan Big Sur en deze streek van de kust is echt fantastisch mooi. Iedereen had ons gewaarschuwd voor de hellingen omdat die hier bijzonder zwaar zouden zijn, maar we hadden er absoluut geen last van en geraakten met gemak over de bergen. Het effect van 8 maanden fietsen werd nu pas goed duidelijk! 🙂

Omdat mijn pa naar San Francisco zou komen en we onvoldoende tijd hadden om het hele stuk te fietsen besloten we tot Monterey te rijden en daar een bus en trein te nemen. Het openbaar vervoer is hier perfect uitgerust voor fietsers, vooraan op de bus zijn speciale fietsrekken voorzien en op sommige grotere bussen (zoals de onze) kunnen de fietsen in een speciaal fietsrek in de kofferruimte onder de bus geschoven worden. Op de treinen zijn twee volledige wagons speciaal voorzien voor fietsers! Hier kunnen ze in Europa nog wat van leren!

Categories: Allerlei | Leave a comment

Panama – Costa Rica

Op 11/5/2012 stapten we na bijna een maand rust eindelijk terug op onze fiets.

Wegrijden uit Panama City was geen pretje. Er loopt maar één weg door Panama, nl de Panamericana, en iedereen is dan ook genoodzaakt om deze weg te nemen. Panama City is een miljoenenstad, dus je kan je het verkeer misschien wel een beetje voorstellen…

Bovendien hadden we enorm zware benen omdat we al zolang niet meer op de fiets gezeten hadden. De eerste dag reden we dan ook maar een vijftigtal kilometer en stopten we in het kleine, onooglijke dorpje Capira.

De volgende dagen ging het gelukkig beter en beter en het verkeer nam ook geleidelijk aan af hoe verder we van de hoofdstad verwijderd waren.
Na de relatief grote stad Santiago, is er voor een afstand van meer dan honderd km geen hotelleke meer te vinden. We mochten ons tentje opzetten in de schuur van een lieve inwoner van het piepkleine dorpje Cerro Redondo. Hij was heel blij dat we bij hem de nacht doorbrachten en vermeldde vol trots dat er nog eens een fietser bij hem zijn tentje had opgezet. Na een beetje doorvragen, bleek dit al meer dan tien jaar geleden te zijn, maar hij deed net of het de vorige week was gebeurd.
De volgende morgen gaf hij ons een mango als ontbijt en gaf er nog een stuk of twintig mee voor onderweg. 🙂

We kunnen jammer genoeg niet zeggen dat we veel van het land hebben kunnen zien, aangezien de enige mogelijkheid is om langs de grote weg te fietsen. Er is volgens ons wel veel natuur en er zullen veel dieren zitten, maar die laten zich zo dicht bij de weg natuurlijk niet zien. De inwoners van Panama zijn wel supervriendelijk en kwamen zelfs hun huisjes af en toe uitgerend enkel en alleen om naar ons te zwaaien.

Nadat we de (lelijke) grensovergang met Costa Rica gepasseerd waren, leek het of we in een andere wereld fietsten. Diezelfde Panamericana was opeens een veel kleinere weg, met direct na de grens nog wel redelijk veel verkeer, en overal rondom ons hoorden we ineens een heleboel dierengeluiden.

We hadden die eerste nacht dan ook een beetje een pijnlijk nek van heel de tijd naar boven in de bomen te turen. 🙂

De enige tegenvaller die ons al vanaf David in Panama achtervolgde was het weer… Elke dag rond een uur of twee zetten de hemelsluizen zich open met stortregens als gevolg. En deze regen hield niet op tot diep in de nacht.
We waren het echt beu om constant in de regen te fietsen en bij het nakijken van het weerbericht, bleek dat het weerbeeld voor de rest van Centraal Amerika ongeveer hetzelfde was.

Na overleg besloten we om ons hoofdstuk in Centraal Amerika na Costa Rica hierom af te sluiten en een vlucht te nemen naar San Diego. Zo komen we hopelijk in beter weer terecht en hebben we meer tijd om Noord-Amerika te doorkruisen zonder ons te veel te moeten haasten.

En zoals gewoonlijk regende het de dagen nadat we onze vlucht hadden vastgelegd natuurlijk niet meer…

Omdat we op vijf juni vanuit de stad Alajuela een vlucht hadden, hadden we extra veel tijd om de kust van Costa Rica op een rustig tempo te bekijken.
En het moet gezegd, het stereotypisch beeld dat we hadden van Costa Rica bleek helemaal te kloppen. Veel Amerikaanse invloeden en zeer veel natuur!!
Op één fietsdag zagen we: capucijnaapjes, toekans, ara’s, een krokodil en om de dag af te sluiten een luiaard!
Jammer genoeg is Costa Rica ook het duurste land dat we tot nu toe doorgefietst zijn waardoor ons budget er razendsnel vandoor ging.

Op een bepaald moment wilden we fietsen tot het dorp Savegre toen we na ca veertig km fietsen een leuk bordje van een hostal zagen. We besloten om een kijkje te gaan nemen gezien we toch voldoende tijd hadden en kwamen zo terecht in de supergezellige Flutterby hostal in het dorpje Uvita. We sliepen in een soort van boomhut, onder muskietennetten en onze bagage kon via een heus katrolsysteem naar boven gehesen worden.
Het was hier zo zalig ontspannend dat we hier twee dagen bleven. Slapen ging de eerste nacht alleen wat moeilijker omdat ik constant wakker werd van de junglegeluiden en op een gegeven moment ook een krab in mijn bed ontdekte…

Na een aantal dagen ontspanning reden we door naar nationaal park Manuel Antonio. Het was op deze fietsdag dat we alle beestjes zagen die ik in de vorige alinea vernoemd heb. Geweldig!
Op een bepaald moment werd ik echter zo hard afgeleid door een ara in een boom dat ik pardoes van mijn fiets viel! Joris trok mijn fiets uit de gracht maar liet mij wel liggen en lachte me gewoon uit ondanks mijn bloedend been…
De weg was vlak waardoor we al snel in het dorp Quepos kwamen, 7 km voor Manuel Antonio. We namen onze tijd om in het dorp te eten vooraleer we aan het laatste stukje van de dag begonnen.
Wat we dus niet wisten was dat er nog een berg lag tussen Quepos en Manuel Antonio… En wat voor een berg… De weg was zo steil dat ik van mijn fiets moest afstappen en de fiets naar boven moest duwen. We deden bijna twee uur over dit stuk van 7 km en als klap op de vuurpijl had Joris vijfhonderd meter voor we de top bereikten nog platte band ook!

En natuurlijk lag de hostal waar wij heen wilden helemaal beneden aan de helling… Na veel gezwoeg en gezweet kwamen we aan en konden we een heerlijke plons in het zwembad maken.
De volgende dag bezochten we het nationaal park en het leek net of we in een heus pretpark terechtgekomen waren… Het krioelde van de toeristen die rondliepen begeleidt door een gids met een enorme verrekijker. Op een gegeven moment zat er één luiaard in de boom en begonnen er zeker vijftig toeristen te krijsen van: ooooh my god look at that lovely animal!!! We hadden echt te doen met de arme luiaard!
Joris en ik besloten om een rustiger pad op te zoeken en ontdekten zo toch nog dat het echt een wondermooi park was. We zagen verschillende luiaarden, capucijnaapjes, brulapen, een kinkajou en leguanen. Het park beschikte bovendien over enkele supermooie stranden.

Een dag later vertrokken we richting Jaco. Deze fietsdag was vrij saai omdat we de hele tijd langs palmboomplantages reden. Het was weliswaar vlak, maar naast honderden palmbomen viel er voor de rest niets te zien.
In Jaco verbleven we in hotel La Casona dat gerund werd door een Belg. Het dorpje Jaco is een surfparadijs, maar voor de rest valt er niet veel te zien. Het strand vonden we bovendien ook niet erg mooi en was vrij vervuild.

Na Jaco was het nog iets meer dan 90 km voor we aan de stad Alajuela kwamen waar de internationale luchthaven van Costa Rica is.
We fietsen eerst tot Orotina en kwamen daar net op tijd aan voor er een kletterend onweer losbarstte. Onderweg reden we nog over een brug waaronder zeker een stuk of dertig krokodillen lagen, spectaculair zicht!

Op 31/5 maakten we ons op voor onze laatste fietsdag door Centraal Amerika. En van een afscheid gesproken!
We wisten dat we zouden moeten klimmen, maar dat het zo moeilijk zou zijn, dat hadden we niet verwacht… De hellingen waren enorm steil en opnieuw moest ik een aantal keer van mijn fiets stappen om hem naar boven te duwen.
We waren rond acht uur vertrokken en om half één hadden we nog maar vijftien kilometer afgelegd. En om ons afscheid helemaal af te maken, kwam er tijdens de beklimming opeens een enorme mist opzetten en begon het na een tijdje te stortregenen. Het was echt gevaarlijk, Joris reed een tiental meter voor mij en ik zag hem niet eens fietsen! ( Gelukkig hielp zijn fluovestje van buurtsport dat hij had aangetrokken!)
Bovendien kwamen we maar niet vooruit omwille van de steile hellingsgraden. Op een bepaald moment zag ik het echt niet meer zitten en moest er een traantje weggepinkt worden.

Gelukkig trok de regen en de mist na een tijd op en konden we eindelijk aan de afdaling beginnen.
Het was echter nog niet gedaan voor vandaag… Na deze afdaling volgde er natuurlijk opnieuw een beklimming en opnieuw moest ik van mijn fiets stappen en moest Joris een troostende arm om me heen slaan. Het bleef stijgen tot Alajuela maar gelukkig waren de laatste tien kilometer minder steil en konden we op onze fiets blijven zitten. Totaal uitgeput en met trillende spieren kwamen we aan in Alajuela. We namen het eerste hotel dat we tegenkwamen, ook al was dit ver boven onze prijsklasse. Het kon ons even niet meer schelen, zo moe waren we. Gelukkig kregen we als beloning onze eerste warme douche in meer dan een maand! We bleven er elk bijna een uur onder staan. 🙂

De volgende dag namen we onze intrek in een goedkoper hotelletje en konden de voorbereidingen voor de vlucht beginnen: op  zoek naar fietsdozen en onze bagage nakijken en spullen van de handbagage overladen in de gewone bagage.

Morgen stappen we het vliegtuig op en beginnen we weer aan een nieuw hoofdstuk van onze reis. We kijken er allebei enorm naar uit en hopen dat de weergoden ons in Noord-Amerika beter gezind zullen zijn!

 

Categories: Allerlei | Leave a comment